De hechting van een moeder met haar kind begint al in de baarmoeder. De baby is daar normaliter volkomen veilig, totdat het met een toch wel wat traumatische klap ter wereld komt. Als het kindje dan vervolgens heel dicht bij mama mag blijven, veel geknuffeld wordt, borstvoeding krijgt en zich veilig voelt, is de kans op het ontwikkelen van een hechtingsstoornis niet zo groot.
Anders wordt het als er aan één of meerdere van die voorwaarden niet voldaan wordt.
Bij een ziekenhuisopname op jonge leeftijd, een adoptie, een moeder die ziek of depressief is, wanneer de borstvoeding niet lukt en/of er een onveilige situatie is, kan het gebeuren dat een kind zich niet goed hecht aan de moeder. Sorry vaders, in deze fase is mama echt het belangrijkste.
Toch hoef je jezelf niet meteen zorgen te maken als de borstvoeding niet lukt, als je je kindje veiligheid kunt geven en alle andere omstandigheden gewoon in orde zijn, is er niets aan de hand. Hechtingsstoornissen ontstaan pas bij een combinatie van factoren.
En het lastige is dat je nooit precies weet of je het goed doet.
Wanneer moet je aan de bel trekken?
Wanneer je kindje meer dan gemiddeld huilt, angstig is en schrikkerig of verkrampt reageert. Een kindje wat zich niet ‘voegt’, maar als een plank in je armen ligt, of niet goed reageert op oogcontact. Of een kindje wat de moedermelk weigert.
Een van de nu nog minder bekende oorzaken van angst bij baby’s is een histamineprobleem. Histamine wordt vrijgemaakt bij voedselovergevoeligheden, zoals bijvoorbeeld een koemelkovergevoeligheid. En histamine is nu eenmaal ook een neurotransmitter die zorgt voor angst en paniek, ofwel onveiligheid.
Dan heb je een kindje wat veel huilt, misschien wel last heeft van een reflux (ook histamine gerelateerd) en eczeem, maar ook angstig en schrikkerig kan zijn en het etiket ADHD opgeplakt kan krijgen. En als je die relatie niet ziet, ga je zoeken naar wat je fout doet met je kindje. Om radeloos van te worden.
Die hechting vindt dus plaats in de eerst periode van het leven, je kunt ervan uitgaan dat de eerste twee jaar hierin cruciaal zijn. Op het moment dat een kind gaat lopen en zelfstandiger wordt, begint het grote loslaten. Als het goed is.
Er is gelukkig wel iets aan een hechtingsstoornis te doen, zeker als je op tijd ontdekt dat er iets mis gaat. Huidcontact is hierin heel belangrijk, massages, borsteltherapie, heel veel knuffelen kan de hechting verbeteren. Als het kindje dat niet wil, is het zaak om te onderzoeken wat er aan de hand is.
Een hechtingsstoornis heeft niet alleen gevolgen voor het gedrag van je kind. Ook lichamelijk kunnen er problemen ontstaan in het latere leven. Ik heb daar al eens een artikel over geschreven, dat vind je hier.
Er zijn kinderen die zich onzichtbaar maken en anderen worden super dwars en lastig. Met een onbehandelde hechtingsstoornis is het aangaan van gezonde relaties een uitdaging.
Ik denk dat er erg veel mensen op aarde rondlopen die geen idee hebben van het feit dat ze een hechtingsstoornis hebben, maar wel tobben met relaties. Bindingsangst of verlatingsangst kunnen hiervan het gevolg zijn. Zeker de generatie die opgegroeid is in de tijd dat we dachten dat het gezond was om een baby niet te troosten, maar te laten huilen.
Je wordt dus gevormd door de moederbinding. Je kunt teveel of te weinig hechting met je moeder hebben gekregen en allebei de situaties kunnen voor latere problemen zorgen.
Wanneer je dit bij jezelf ontdekt, heb je niets aan goedbedoelde adviezen in de zin van: Laat het los! Het is iets wat gebeurt is, dat kun je niet meer veranderen. Je moeder heeft het heus niet expres gedaan.”
Nee, dat helpt niet, dat zijn dingen die je zelf wel kunt bedenken, maar die niets oplossen.
Met de juiste therapie is echter wel degelijk iets aan te doen, ga op zoek naar hulp. Er zijn gespecialiseerde psychologen. Lees je in, het boek ‘Liefdesbang’ geeft al veel inzicht. Je kunt je ook eens verdiepen in EMDR, Faster EFT tapping, de MIR methode. Neem een huisdier waarmee je veel kunt knuffelen. Want juist door knuffelen maak je oxytocine aan en dat helpt het herstel. Er is op doktersrecept ook een oxytocinespray te verkrijgen, of bezoek een homeopaat die de homeopathische oxytocine kan voorschrijven.
Naar mijn idee kunnen we veel problemen voorkomen wanneer er meer aandacht komt voor deze belangrijke fase in het leven. Voorkomen is tenslotte beter dan genezen.
Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie
Yvonne van Stigt
Laatste berichten van Yvonne van Stigt (toon alles)
- In één keer van je trauma af, kan dat? - 31 oktober 2021
- De diepere lagen van het ontstaan van lipoedeem - 24 oktober 2021
- Boos - 26 december 2020
- Verantwoordelijk - 19 december 2020
- Waarom wil niet iedereen een prikje? - 12 december 2020
Neem de oxytocine vooral niet tijdens zwangerschap of borstvoeding. Daarmee verhoog je juiste de oxytocinedrempelwaarde van je kind. Je kind heeft daardoor meer nodig om het effect te kunnen voelen.
Daar is inmiddels genoeg onderzoek naar gedaan. 15 jaar geleden kreeg je het zonder aarzeling of nadenken om de toeschietreflex op te wekken bij borstvoeding of kolven. Niet wetende welk effect het op langere termijn heeft bij je kind.